Huisdier

Als je in het perspectief stapt van puur en alleen de waarnemer zijn, dan hoort je lichaam (en je ik-idee) bij de ‘buitenwereld’. Doe dat. Zie dat. Voel hoe de muur en de tafel ‘langskomen’, verschijnen. Daar hoort je lichaam ook bij. Het is niet: “je lichaam én al die dingen”. Net zoals de tafel een ding is in de kamer, en in de ervaringsruimte, zo is je lichaam dat ook.
Als de waarnemer zelf, ben je niet een ding, niet een aanwijsbaar of denkbaar iets. De waarnemer is alleen ‘zijnbaar’.
En hoe meer je je daarmee identificeert, met het zijn van de waarnemer, en van het proces van waarnemen, hoe meer je eigen lichaam voelt als een soort huisdier in jezelf. Dat klinkt onbedoeld grappig, maar is eigenlijk een heel goeie beschrijving, want het geeft duidelijk de afstand aan, maar ook iets innigs, heel intiems en betrokkens.
Je voelt de warmte van je lichaam, en dan heb je iets van “Oh wat lekker warm”, net als een kat die je aait: “Oh wat is ie lekker zacht”. En je zorgt dat hem niks tekort komt, geeft hem eten, aandacht, alles.
Je menselijk aard is helemaal gericht op “wat betekent dit voor mij?” net als een dier, en je behandelt hem ook net zo: je gaat er niet altijd maar in mee, en ook bij niet tegenin. Er is een sterk betrokken zorgzaamheid, maar tegelijk een afstand die maakt dat je de zaak toch anders ziet dan hij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *